Verbetering hybride markt WGA

23-03-2016

 Verbetering hybride markt WGA

Den Haag: Zetels in de plenaire zaal in de Tweede Kamer. Op de stoelen staat het logo van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. ANP PHOTO COPYRIGHT PHIL NIJHUIS

Dinsdag 22 maart 2016 heeft de Tweede Kamer gestemd over het wetsvoorstel “Verbetering hybride markt WGA”. Zoals verwacht is het voorstel aangenomen. We kunnen dus door op de door ons ingeslagen weg. Wij praten u graag even bij.

Er gebeurt ontzettend veel in het WGA-landschap. Vooralsnog vooral achter de schermen in betrekkelijke rust. Schijnbare rust, want er is geen tijd te verliezen. Verzekeraars zijn druk bezig met het actuarieel doorrekenen van de tarieven. En – belangrijker nog – met het uitwerken van hun WGA-propositie. Ook financiële adviseurs roeren zich. Elke werkgever dient immers dit jaar een nieuw besluit te nemen ten aanzien van het WGA-risico. De WGA-markt staat dus ‘open’.

Het ligt niet in de lijn der verwachting dat verzekeraars al op korte termijn duidelijkheid kunnen geven over de premies die gaan gelden voor het verzekeren van het WGA-risico. Ook UWV zal pas op zijn vroegst in september 2016 de premies voor 2017 bekend maken. Nu kunt u er voor kiezen om rustig de premies af te wachten en pas eind 2016 een besluit te nemen. U kunt er ook voor kiezen om u voor de zomer al uitgebreid te laten informeren over de gevolgen van bepaalde keuzes. Het WGA-vraagstuk 2017 omvat namelijk veel meer dan het al dan niet verzekeren van uw WGA-risico. Wat doet u bijvoorbeeld met het ZW-flexrisico? Is het logisch en verstandig om voor dit onderdeel afhankelijk te zijn van UWV, terwijl u de WGA-lasten na de Ziektewetperiode verzekert of zelf draagt? Het is niet ondenkbaar dat verzekeraars bepaalde voorwaarden stellen ten aanzien van het ZW-eigenrisicodragerschap met het oog op de WGA-eigenrisicoverzekering.

Om u zo optimaal mogelijk voor te bereiden op uw besluit voor 2017, inventariseren wij nu al de wensen en verwachtingen. Enerzijds door gesprekken te voeren met onze relaties, anderzijds door intensief contact te onderhouden met verzekeraars over de ontwikkelingen.

Voor twee groepen werkgevers geldt dat het besluit ten aanzien van het WGA-risico 2017 niet al te ingewikkeld is.

  1. Kleine werkgevers met een loonsom van minder dan € 319.000,00 adviseren wij bij UWV te blijven. De WGA-lasten worden namelijk niet individueel toegerekend. Kleine werkgevers worden ‘beschermd’ door de sectorpremie. De sectorpremie WGA-vast voor de zorgsector (sector 35) bedraagt in 2016 0,43% en voor WGA-flex 0,23%.
  2. Werkgevers die het WGA-risico privaat hadden verzekerd, maar tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2015 zijn teruggekeerd naar UWV, betalen in elk geval in 2017 nog de minimumpremie. Deze bedraagt in sector 35 voor WGA-vast 0,11% en voor WGA-flex 0,13%. Voor deze werkgevers kan het overigens wel interessant zijn om de mogelijkheden inzake het ZW-eigenrisicodragerschap te verkennen.

Door de overige werkgevers zal – ongeacht de huidige verzekeringssituatie – een nieuw besluit dienen te worden genomen. Verzekeren is in dit verband een mogelijk sluitstuk, maar zeker niet altijd dé oplossing. Misschien is de WGA-instroom al jarenlang beperkt en stabiel. In dat geval  zou gesproken kunnen worden van kosten in plaats van risico’s. Mogelijk dat het volledig eigen risicodragen zonder verzekering dan iets voor uw organisatie is. Schommelt de WGA-instroom en hecht u juist veel waarde aan zekerheid over de hoogte van de te betalen premie, dan past een conventionele WGA-eigenrisicoverzekering juist meer bij u. De vraag is vervolgens of u het belangrijk vindt actief ondersteund te worden bij de arbeidsongeschiktheid van uw medewerkers. Bij de ene verzekeraar zijn de mogelijkheden hiertoe namelijk groter dan bij de andere. Voor ons dus van belang om hiermee rekening te houden. Kortom, er zijn vele vragen te beantwoorden voordat de premies überhaupt aan bod komen.

In de gesprekken die wij inmiddels al gevoerd hebben met verzekeraars wordt langzamerhand duidelijk welke richting verzekeraars opgaan. Er zijn twee gemeenschappelijke delers.

  1. Verzekeraars zien in toenemende mate het belang in van ‘ingrijpen’ aan de voorkant. De winst is te behalen in de twee jaren voor de WIA-keuring. Dit betekent dat verzekeraars zelf meer grip willen hebben tijdens de wachttijd, of dit uitbesteden aan partijen die samen met de werkgever de regie voeren. De constructie met onze zusterorganisatie Synthra is hiervan een goed voorbeeld. Het uitsluitend ‘kaal’ verzekeren van het WGA-risico zonder dienstverlening is voor verzekeraars niet langer een optie.
  2. Voorheen was het voldoende om op basis van de loongegevens en de lopende verzuim- en WGA-dossiers een offerte op te vragen voor een WGA-eigenrisicoverzekering. Ook voor 2017 geldt dat verzekeraars uiteraard willen weten welke zieken en WIA-gekeurden er zijn. Hier blijft het alleen niet bij. De informatie die verzekeraars met het oog op 2017 nodig hebben gaat nog veel verder. Zo zijn er verzekeraars die al hebben aangekondigd de aanlevering van het verzuimbeleid en een uitgebreide verzuimrapportage verplicht te stellen. Ook informatie over te verwachten fusies, overnames of splitsingen speelt een steeds belangrijkere rol. Een logische ontwikkeling vanuit het perspectief van de verzekeraar, en voor u en ons goed om hiermee nu al rekening te kunnen houden.

Als u bij ons al een schade- en/of inkomensverzekering heeft, dan is met u waarschijnlijk al een afspraak gemaakt om de ontwikkelingen en uw wensen en verwachtingen te bespreken. Bent u nog niet bekend met wat Sovib voor u kan betekenen, dan informeren wij u uiteraard graag. Op basis van de Premiebeschikking Werkhervattingskas die u eind 2015 ontving van de Belastingdienst, kunnen wij al heel snel zien of een marktverkenning voor u interessant is. U kunt hiervoor contact opnemen met het Verzuim Diensten Centrum (VDC) van Sovib. Het VDC is telefonisch te bereiken op telefoonnummer: 010 – 411 37 51, of per mail: verzuimdienstencentrum@sovib.nl.

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014