VAR wordt DBA

22-04-2016

De gevolgen voor de zorgsector

 

Inleiding

De voor ZZP’ers vertrouwde Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) verdwijnt. Per 1 mei 2016 gaat de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in.

images7ZXZOLJVDe wet DBA heeft gevolgen voor zowel zorginstellingen in de hoedanigheid van opdrachtgevers als voor ZZP’ers. In deze toelichting zullen wij hier nader op ingaan. Naast de gevolgen voor de loonheffing, zijn er ook verstrekkende gevolgen voor de sociale verzekeringsrechten. Ook zijn er civielrechtelijke gevolgen.

Loonheffing

In de VAR is voor opdrachtgevers een vrijwarende werking opgenomen in de loonbelasting. Als de opdrachtnemer beschikte over de juiste VAR, dan was de opdrachtgever gevrijwaard van het inhouden en afdragen van loonheffingen. Door het gemakkelijk kunnen verkrijgen van een VAR zouden er situaties van schijnzelfstandigheid kunnen ontstaan. En omdat er veel VAR’s werden afgegeven, was controle daarop praktisch niet goed mogelijk.

De regering wil een einde maken aan de schijnzelfstandigheid en wil meer duidelijkheid vooraf creëren.

Modelovereenkomst

Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en ZZP’ers een zogenaamde modelovereenkomst gebruiken. Dat is overigens niet verplicht. Het voordeel ervan is dat er vooraf zekerheid is over de voorgenomen arbeidsrelatie, zodat de zorginstelling als opdrachtgever zeker weet dat zij geen loonheffing hoeft in te houden of te betalen.

De modelovereenkomsten staan op www.belastingdienst.nl en zijn door de Belastingdienst beoordeeld en goedgekeurd. Als zorginstellingen en ZZP’ers in de praktijk conform de modelovereenkomsten werken, hebben zij beide zekerheid vooraf over de loonheffingen, voor een periode van vijf jaar.

De modelovereenkomsten beogen duidelijkheid te geven over de gezagsverhouding tussen opdrachtgevers en ZZP’ers. Het gaat er kortheidshalve om of duidelijk is dat de ZZP’er een echte ondernemer is die zelf bepaalt hoe hij werkt, wat voor hulpmiddelen hij gebruikt, hoe hij klachten oplost, hoe hij zijn vervanging regelt, etc. Of dat een ZZP’er eigenlijk een (fictieve) dienstbetrekking heeft met de opdrachtgever, omdat de opdrachtgever bepaalt volgens welke aanwijzingen en richtlijnen er gewerkt moet worden, hoe hij zijn werk moet indelen, welke hulpmiddellen hij namens de zorginstelling dient te gebruiken, hoe de zorginstellingen de vervanging regelt, etc.

Er is een standaard overeenkomst die door elke opdrachtgever gebruikt kan worden en er worden door branches branchespecifieke overeenkomsten gemaakt. Die zijn uitgebreider, maar in de praktijk vaak moeilijker na te leven. De zorgsector heeft bij het schrijven van deze nieuwsbrief nog geen door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst gemaakt. Maar ook als die er wel komt, kan een zorginstelling ook van de standaard overeenkomst gebruik maken.

Overgangstermijn

De wet DBA is pas recent aangenomen. Wij kunnen ons voorstellen dat nog niet alle zorginstellingen klaar zijn met het inlichten van de ZZP’ers en het opstellen van de modelovereenkomst. Dat hoeft ook niet, mits de zorginstelling wel voor 1 mei 2016 aan de ZZP’ers laat weten dat eraan gewerkt wordt. U kunt volstaan door de volgende, of een vergelijkbare, tekst aan uw ZZP’ers te communiceren:

“Tot 1 mei 2017 hebben wij de tijd om zo nodig onze werkwijze aan te passen aan de eisen van de wet DBA. Dit jaar geldt er wel een inspanningsverplichting: u en wij moeten samen actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat u niet in loondienst werkt. Dit doen wij op korte termijn <door met u in gesprek te gaan/door u een brief te sturen> over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn. <of> Dit doen wij door u uit te nodigen op … om  met u in gesprek te gaan over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn. Indien u vragen heeft, kunt u zich tot die tijd wenden tot …”

Tot 1 mei 2017 geldt een overgangs- en implementatietermijn. In deze periode houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar vooral in de vorm van voorlichting over de nieuwe werkwijze en het bieden van een helpende hand bij de implementatie.

De modelovereenkomst hoeft overigens niet getekend te zijn. Het is voldoende dat de zorginstelling en de ZZP’er per e-mail of in de opdrachtbevestiging afspreken volgens welke modelovereenkomst er gewerkt wordt. Hierbij dient u de volgende tekst te gebruiken (deze tekst refereert aan de algemene modelovereenkomst, indien u voor een andere overeenkomst kiest, dient de datum en het nummer aangepast te worden):

“Deze overeenkomst is gelijkluidend aan de door de Belastingdienst op 29-02-2016 onder nummer 9015550000-06-2 opgestelde modelovereenkomst.”

Sociaal verzekeringsrecht

Met de wet DBA wil de regering duidelijkheid creëren omtrent de vraag of er sprake is van ondernemerschap of een (fictieve) dienstbetrekking. Als er sprake is van ondernemerschap, dan ligt de verantwoordelijkheid voor ziekte en arbeidsongeschiktheid bij de ZZP’er. De ZZP’er kan in dat geval geen aanspraak maken op de Ziektewet of de WIA (en ook niet op de WW).

Echter, wanneer in de praktijk blijkt dat de ZZP’er toch onder gezag staat van de zorginstelling, dan is er sprake van een (fictieve) dienstbetrekking en dan wordt de ZZP’er gezien als een werknemer. Dat betekent dat u bij ziekte het loon twee jaar moet doorbetalen, u zich moet houden aan de Wet verbetering poortwachter en aan de procesregels van UWV. Indien de (fictieve) werknemer twee jaar ziek blijft en gekeurd wordt, heeft hij mogelijk recht op een WGA-uitkering.

De vraag die hierbij van belang is, is of de (fictieve) werknemer meeverzekerd is op uw verzuimverzekering en/of uw WGA-eigenrisicoverzekering. Dat is nog geen gemakkelijk vraagstuk. Wij zijn druk in overleg met verzekeraars om hier helderheid over te krijgen.

Civielrecht

Een derde relevant onderwerp is de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door de ZZP’er aan derden en voor schade aan de ZZP’er zelf.

Als een ZZP’er in opdracht van een zorginstelling werkzaamheden ter uitoefening van de instelling verricht en schade veroorzaakt aan derden, dan is niet alleen de ZZP’er aansprakelijk, maar ook de zorginstelling. De ZZP’er behoort een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) te hebben, maar de schadelijdende derde kan er ook voor kiezen om de (kapitaalkrachtige) opdrachtgever aansprakelijk te stellen.

De schade die de ZZP’er bij het uitvoeren van de opdracht oploopt valt onder de werkgeversaansprakelijkheid van de zorginstelling. De rechter heeft dit in een arrest gewezen. Uit dit arrest blijkt dat uit artikel 7:658 lid 4 valt op te maken dat de zorginstelling die in de uitoefening van de werkzaamheden van de instelling gebruik maakt van ZZP’ers, aansprakelijk is indien de ZZP’er schade oploopt.

Voor de zorginstellingen die bij Sovib hun aansprakelijkheidsrisico verzekerd hebben, zijn beide vormen van aansprakelijkheid expliciet meeverzekerd. Indien u uw aansprakelijkheidsrisico’s niet bij Sovib verzekerd heeft, adviseren wij u na te gaan of uw verzekeraar dekking biedt voor deze risico’s.

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014