Regeerakkoord

03-11-2017

 
Op 10 oktober 2017 heeft het nieuwe kabinet het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ gepresenteerd. In de paragraaf Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid is een aantal ingrijpende maatregelen opgenomen. In deze nieuwsbrief zetten wij voor u de belangrijkste veranderingen op een rij.

Inleiding

In de zorgparagraaf worden de beloofde investeringen in de ouderenzorg bevestigd. Voor de verpleeghuiszorg is structureel 2,1 miljard euro beschikbaar om te voldoen aan de nieuwe normen voor goede zorg, zoals die afgelopen jaar zijn vastgelegd in het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Met een deel van dat geld moeten personeelstekorten worden weggewerkt. De voorgenomen bezuiniging op de Wet langdurige zorg (Wlz) van 188 miljoen euro wordt teruggedraaid. Een op het eerste oog goede ontwikkeling, maar wat gebeurt er verder voor werkgevers op het gebied van preventie, loondoorbetaling bij ziekte, Wet werk en zekerheid en WIA?

Nationaal preventieakkoord

In de plannen voor de komende vier jaren is er aandacht voor preventie in de vorm van een nationaal preventieakkoord. Het kabinet trekt in vier jaar 170 miljoen euro uit voor preventie en gezondheidsbevordering. De focus van het akkoord ligt op de aanpak van roken en overgewicht. Alleen maatregelen die bewezen effectief zijn, komen in aanmerking voor het actieplan. Het kan gaan om speciale voeding, vaccins en leefstijlinterventies.

Periode van loondoorbetaling bij ziekte

MKB Nederland en VNO-NCW hebben al begin 2015 gevraagd om de periode van loondoorbetaling bij ziekte te beperken tot maximaal een jaar. Dit verzoek wordt door het nieuwe kabinet gehonoreerd.

Om te bevorderen dat kleine werkgevers (tot 25 werknemers) weer meer personeel in (vaste) dienst durven te nemen, wordt de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers verkort van twee naar één jaar. Nog onduidelijk is hoe de grens wordt vastgesteld, maar te denken valt aan bedrijven die twee jaar voor de peildatum (T-2) maximaal 25 keer het gemiddelde loon aan salarissen hebben betaald. De uitwerking hiervan wordt van belang voor de verzekeringsmarkt.

Het UWV neemt in het tweede jaar de verantwoordelijkheid voor loondoorbetaling over en ook een aantal re-integratieverplichtingen. Welke verplichtingen dat zijn meldt het akkoord niet, maar te denken valt aan de verplichting van 2e spoor-re-integratie. Het dienstverband blijft gedurende de volledige wachttijd van de WIA in stand. Kleine werkgevers gaan een uniforme lastendekkende premie betalen voor het tweedejaars ziekterisico.

De nieuwe regels gaan in voor alle nieuwe ziektegevallen vanaf 1 januari 2020.

Wet werk en zekerheid

Met de Wet werk en zekerheid is een aantal regelingen gewijzigd en geïntroduceerd. Denk bijvoorbeeld aan wijziging van het ontslagrecht, de transitievergoeding, de ketenregeling en de proeftijd. Het nieuwe kabinet heeft op al die onderwerpen weer nieuwe plannen.

Het ontslagrecht

Door de Wet Werk en Zekerheid kon een ontslag worden bemoeilijkt wanneer er op basis van afzonderlijk bestaande ontslaggronden een onvoldoende wettelijke basis lag voor ontslag. Alleen als één van de in artikel 669 lid 3 BW genoemde ontslaggronden (bijvoorbeeld disfunctioneren) voldoende grond was voor ontbinding kan de rechter overgaan tot ontbinding. Het is niet toegestaan om de verschillende ontbindingsgronden met elkaar te combineren.

In het regeerakkoord wordt een combinatie van de verschillende ontslaggronden mogelijk gemaakt. Tegenover het versoepelen van de ontslaggronden staat voor de werknemer dat de rechter – bovenop de bestaande transitievergoeding – een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding.

De transitievergoeding

In de opbouw van de transitievergoeding wordt op twee punten meer balans aangebracht. Ten eerste krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Ten tweede gaat voor elk jaar in dienstverband de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan 10 jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers waarbij zij de transitievergoeding sneller opbouwen, namelijk een maandsalaris per dienstjaar, blijft gehandhaafd.

De mogelijkheid wordt verruimd om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding. Ook kosten die zijn gemaakt voor scholing binnen de eigen organisatie gericht op een andere functie kunnen in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Voor scholing gericht op inzetbaarheid binnen de eigen functie verandert er niets.

Het controversieel verklaarde wetsvoorstel om de transitievergoeding die verstrekt wordt na de loondoorbetalingsperiode bij ziekte te compenseren, wordt voortgezet. Dit houdt in dat de door een werkgever betaalde transitievergoeding na twee jaar arbeidsongeschiktheid volledig wordt vergoed door het UWV. Dit ter voorkoming van zogenaamde slapende dienstverbanden.

De ketenregeling

Sinds de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid heeft een werknemer recht op een vast contract na maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of nadat uw werknemer twee jaar in dienst is. Als een werknemer gedurende zes maanden en één dag uit dienst is geweest, start de keten opnieuw. Het uitgangspunt voor de tussenpoos blijft deze zes maanden. De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar. Dit betekent dat we in grote lijnen teruggaan naar het oorspronkelijke ketensysteem van 3x3x3.

Proeftijd

De mogelijkheden voor een langere proeftijd worden verruimd om het aangaan van een contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Indien een werkgever direct (als eerste contract) een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, wordt de proeftijd verruimd naar vijf maanden. Voor meerjarencontracten (meer dan 2 jaar) wordt de proeftijd drie maanden. In overige gevallen blijft de proeftijd zoals deze nu is.

Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

Naast maatregelen om de verplichtingen voor werkgevers op het terrein van ziekte en arbeidsongeschiktheid te verlichten, staan er in het regeerakkoord maatregelen om de financiële gevolgen van WIA-instroom voor werkgevers te verminderen, de kans op het vinden van een baan voor WIA-gerechtigden te vergroten en het beroep op de WIA te verminderen.

Premiedifferentiatie WGA

In het regeerakkoord is opgenomen dat de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, verkort wordt van tien jaar naar vijf jaar. Daarmee wordt voor alle werkgevers de periode waarover risico wordt gelopen in het geval een van hun werknemers arbeidsongeschikt wordt, aanzienlijk beperkt. Deze bekorting zal moeten gelden voor alle werkgevers, ongeacht grootte.

Na de periode van premiedifferentiatie wordt een collectieve, uniforme premie geheven.

Werken loont in de WIA

Het nieuwe kabinet vindt dat de WIA meer activerend moet worden. Voor personen die in de WIA zitten, wordt het aantrekkelijker om te gaan werken. In de eerste vijf jaar na het aanvaarden van een baan, zal niet worden getoetst of het verdienvermogen van de werkhervatter is gewijzigd. Het aanvaarden van werk – ook als dit tijdelijk of in deeltijd is – leidt hierdoor niet tot onzekerheid over het mogelijke verlies van het recht op de uitkering. Dit verlaagt de drempel voor werkhervatting. De wijziging gaat in per 1 januari 2020.

Daarnaast hebben de coalitiepartijen de volgende maatregelen bedacht:

  • Het recht op arbeidskorting en Inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt afgeschaft voor nieuwe ZW-ers zonder werkgever. Hiermee wordt het voor WW’ers voor wat betreft inkomen, minder interessant om zich ziek te melden;
  • Voor mensen in de WGA 80-100 die nog kunnen werken gaat hetzelfde regime gelden als in de WGA 35-80; zij moeten voldoen aan minimale benutting van 50% van de verdiencapaciteit om recht te krijgen op een loonaanvulling;
  • Er volgt een experiment met een scholingsaanbod voor mensen bij wie scholing medisch gezien haalbaar wordt geacht en kan leiden tot meer werkhervattingsmogelijkheden.

WIA-instroom

Voor personen die in de toekomst instromen in de WIA, zal scherper gekeken worden naar geschikt werk bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid (het schattingsbesluit). De eis dat er drie functies te vinden moeten zijn die de persoon in kwestie zou kunnen vervullen en dat elk van deze drie met ten minste drie (9 in totaal) vertegenwoordigd is, wordt anders ingevuld. In de toekomst moeten er nog steeds negen arbeidsplaatsen te vinden zijn, maar ongeacht de verdeling over aantallen functies. Hierdoor zullen minder mensen volledig arbeidsongeschikt worden verklaard. Deze wijziging gaat in per 1 januari 2019.

Tot slot

Niet alle details uit het regeerakkoord zijn nog bekend. Ook is nog niet bekend hoe verzekeraars hun producten gaan aanpassen en of de maatregelen ook daadwerkelijk worden geëffectueerd. Zodra hierover iets te melden valt, komen wij uiteraard bij u in de lucht. Heeft u nu al vragen over het regeerakkoord, dan staan wij u graag te woord.

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014