Milieuverontreiniging en het T-rijbewijs

06-10-2015

Inleiding

Met wet- en regelgeving heeft iedereen en elk bedrijf te maken; in de zorgsector weet men daar alles van. Er bestaat wet- en regelgeving die aan de aandacht dreigt te ontsnappen. Omdat er in de media weinig aandacht aan wordt besteed, of omdat het niet relevant lijkt. Dit keer nemen wij twee voorbeelden onder de loep die niet veel aandacht hebben gehad, niet relevant lijken, maar dat wél zijn.

 

Milieuverontreiniging door asbest asbestonderzoek-Deurne_01 (6-10-2015)

Hoewel er al veel langer indicaties waren dat asbesthoudende materialen schadelijk voor de gezondheid zijn, was het gebruik hiervan tot 1 juli 1993 in Nederland niet verboden. Dit betekent dat alle gebouwen van vóór 1 juli 1993 niet alleen asbesthoudend kunnen zijn, maar veelal ook daadwerkelijk asbesthoudend zijn. Dit omdat asbesthoudende materialen vele decennia op grote schaal zijn gebruikt.

In theorie zijn alle gebouwen van na die tijd dus asbestvrij. Maar niet uit te sluiten valt dat ook na 1 juli 1993 hier en daar nog asbesthoudend materiaal is gebruikt.

Het is dus duidelijk dat er vele duizenden gebouwen en bouwsels zijn met asbesthoudende materialen, óók in de zorgsector.

Zolang asbesthoudend materiaal blijft zitten waar het zit, is er nog geen probleem. Pas op het moment dat hier ‘iets’ mee gebeurt, ontstaat er een serieus risico. Dat ‘iets’ kan alles zijn, waardoor er splinters, scherven of stofdeeltjes asbest(vezels) vrijkomen. Bijvoorbeeld door het boren, zagen of anderszins bewerken van het asbesthoudende materiaal, of door een calamiteit zoals brand, ontploffing of storm.

Actualiteit

De vele asbestslachtoffers van de afgelopen decennia hebben er niet alleen toe geleid dat het gebruik van asbest verboden is, dit heeft ook geleid tot wet- en regelgeving die een zeer grote verantwoordelijkheid bij de vervuiler legt. In artikel 17 lid 1 van de Wet Milieubeheer staat dat “degene die de inrichting drijft (dat is de eigenaar óf de huurder dan wel de gebruiker van een gebouw of terrein) alle maatregelen moet treffen om, in geval van een voorval waardoor milieuschade optreedt (zoals het vrijkomen van asbest) alle maatregelen moet treffen om herhaling te voorkomen (zoals asbesthoudend materiaal verwijderen) en om de gevolgen te beperken en ongedaan te maken” (opruimen en saneren).

Aansprakelijkheid

De vraag of men schuld heeft aan het ontstaan van de vervuiling en of men aansprakelijk is, speelt geen rol en wordt daarom niet gesteld. In het kader van artikel 17 lid 1 van de Wet Milieubeheer is men zonder meer schadevergoedingsplichtig, dus ongeacht de schuldvraag. Dat maakt dat de eigenaar of huurder van de locatie van waaruit de vervuiling ontstaat, per definitie voor de kosten opdraait. Proberen aan te tonen dat men geen verwijt treft, of het als huurder doorverwijzen naar de (wellicht nalatige) eigenaar van het vervuilende gebouw, biedt geen soelaas. Mogelijk kan in latere instantie verhaal worden gezocht op een andere partij (zoals een nalatige gebouweneigenaar), maar dat neemt niet weg dat de gebruiker éérst voor de opruimings- en saneringskosten moet opkomen.

Advies

Enerzijds is het verstandig om te inventariseren of, en zo ja in hoeverre, er gebouwen in eigendom zijn of worden gehuurd die asbesthoudende daken of gevels hebben. Bij voorkeur zouden de asbesthoudende daken en gevels door een gespecialiseerd bedrijf moeten worden verwijderd, maar dit zal veelal uit praktisch en of financieel oogpunt niet direct haalbaar zijn, hoewel dit per 2024 (voor asbesthoudende daken) hoogstwaarschijnlijk verplicht wordt. Asbest dat op een andere manier (dan in daken) in een gebouw is verwerkt, valt vooralsnog buiten de toekomstige verwijderingsplicht en vormt daarom een iets minder urgent probleem, maar wél ook een serieus risico.

Anderzijds is het risico op vervuiling, óók door andere stoffen dan asbest, nooit helemaal uit te sluiten. Er is weliswaar sprake van een relatief kleine kans op het ontstaan van schade, maar als het gebeurt, kunnen de gevolgen (zeker ook financieel) verstrekkend zijn. Het afsluiten van een MilieuSchadeVerzekering kan daarom voor de nodige zekerheid zorgen, te meer daar deze verzekering een ruime dekking combineert met een alleszins redelijke premie.

MilieuSchadeVerzekering (MSV)

De MSV in het kort:

Dekking van de verzekering in algemene zin

De MSV keert uit als schadelijke stoffen onverwacht in de bodem en/of  het oppervlaktewater terecht zijn gekomen, ongeacht door welke oorzaak.

Drie dekkingsonderdelen:

  1. Uitgaande milieuvervuiling:
  • Gedekt zijn de saneringskosten van de eigen locatie én die van derden, wanneer de vervuiling vanuit de eigen locatie is veroorzaakt.
  1. Inkomende milieuvervuiling:
  • Gedekt zijn de saneringskosten van de eigen locatie wanneer de vervuiling niet vanuit de eigen locatie is veroorzaakt maar vanuit een gebouw of vanaf een terrein van een ander.
  1. Exploitatiekosten:
  • Gedekt zijn de te maken extra kosten ten gevolge van een uitgaande of inkomende milieuvervuiling.
Bijzondere bepalingen

 

  1. Asbest daken en gevels groter dan 200m2:

Indien er gebouwen in eigendom of in gebruik zijn die asbesthoudende gevels en of daken hebben met een grotere oppervlakte dan 200m2, dienen die gebouwen apart te worden beoordeeld alvorens zij kunnen worden meeverzekerd.

Kleine gebouwen met asbesthoudende gevels en daken tót 200m2, zijn dus standaard meeverzekerd, evenals gebouwen waarin asbest op een andere manier aanwezig is.

  1. Gevaarlijke stoffen:

Indien er in één gebouw méér dan 1000 kilo of liter gevaarlijke stoffen aanwezig is, moet het meeverzekeren daarvan apart worden beoordeeld.

Gevaarlijke stoffen tót 1000 kilo of liter, zijn standaard meeverzekerd.

  1. Onder- of bovengrondse tanks:

Indien er onder- of bovengrondse tanks aanwezig zijn, moet het meeverzekeren daarvan apart worden beoordeeld.

  1. Bestaande verontreiniging:

Indien er sprake is van bestaande verontreiniging, valt die verontreiniging niet onder de dekking.

Directe verzekering

Belangrijk om op te merken is dat de MSV een zogenaamde ‘directe’ verzekering is. Dat wil zeggen, dat wanneer er sprake is van een gedekte gebeurtenis, er altijd direct een beroep op de verzekering kan worden gedaan. De dekkingsvraag staat dus geheel los van de schuld- en aansprakelijkheidsvraag.  En dat is van zeer groot belang omdat daarmee ellenlange schuldvraagdiscussies worden vermeden en er aanzienlijk sneller kan worden gehandeld en uitbetaald.

Alle locaties zijn gedekt

De MSV is een verzekering die gekoppeld is aan de verzekerde zorgorganisatie en dus niet aan een bepaalde locatie. Op die manier heeft de MSV altijd betrekking op alle locaties van de verzekerde zorgorganisatie. Dat is belangrijk omdat geen enkel gebouw(tje ) of terrein, in eigendom of gehuurd, buiten de dekking mag vallen.

Verzekerd bedrag

Het verzekerde bedrag kan naar keuze worden gesteld op € 500.000,00 of € 1.000.000,00 per gebeurtenis voor de uitgaande milieuvervuiling en de exploitatiekosten.

Voor de inkomende milieuvervuiling is het verzekerde bedrag altijd beperkt tot € 25.000,00 per gebeurtenis per adres.

Verder zijn de verweerskosten gedekt tot 10% van het verzekerde bedrag, dus tot 10% van € 500.000,00 of van € 1.000.000,00.

Premie

De premie is afhankelijk van grootte van de organisatie en is gebaseerd op het totaal verzekerde bedrag van gebouwen en inventaris (de rubrieken I en II).

Eigen risico

Er is geen eigen risicobedrag van toepassing.

Offerte

Een vrijblijvende offerte kan worden aangevraagd door middel van het korte aanvraagformulier dat u hier vindt.

Tractor-rijbewijs

Nieuwe eisen

Per 1 juli 2015 is er een nieuw rijbewijs verplicht: een tractorrijbewijs (of T-rijbewijs) voor bepaalde tractorachtige voertuigen. Deze verplichting is ingevoerd om de verkeersveiligheid te vergroten. Gebleken is dat het besturen van ‘echte’ tractoren door jongeren op de openbare weg, nogal eens tot gevaarlijke situaties en ernstige ongelukken leidt.

Voor welke voertuigen?

Het T-rijbewijs is verplicht voor landbouw- of bosbouwtrekkers (LBT genoemd) en motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS genoemd) zoals heftrucks.

Als men over een ‘gewoon’ B-rijbewijs beschikt, hoeft men geen apart T-rijbewijs te halen. Tot 1 juli 2025 kan men bij verlenging van het B-rijbewijs, het T-rijbewijs gratis laten bijschrijven.

Er geldt een aantal uitzonderingen: Het rijbewijs is niet verplicht voor een LBT of een en MMBS die niet breder is dan 130 cm én wordt gebruikt voor maaien, onkruid bestrijden, vegen, sneeuw ruimen, gladheid bestrijden of hondenpoep verzamelen.

Relevantie voor de zorgsector

In de zorgsector wordt regelmatig gebruik gemaakt van kleinere trekkers, gemotoriseerde grasmaaiers en dergelijke. Dat soort voertuigen zal haast nooit onder de nieuwe rijbewijsplicht vallen. Maar zekerheidshalve is het sterk aan te raden om dit te checken. Want wanneer er wél een rijbewijs verplicht is en er ontstaat schade, en de bestuurder beschikt niet over een geldig rijbewijs, is er géén verzekeringsdekking.

Advies

Wilt u het zekere voor het onzekere nemen, regel het dan zo, dat ook dit soort voertuigen alleen mogen worden bestuurd indien men over een geldig ‘gewoon’ B-rijbewijs beschikt.

Nadere informatie vindt u hier.

Nadere informatie

Indien u nadere informatie of een verdere toelichting wenst, kunt u uiteraard te allen tijde met ons contact opnemen.

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014