Loonheffingennummers en eigenrisicodragerschap

03-06-2014

fusie_02 (3-6-2014)
Fusies. Overnames. Opsplitsingen. Ontwikkelingen die voor u en uw organisatie vaak ingrijpend genoeg zijn. Het aanvragen of opheffen van een loonheffingennummer lijkt in deze organisatorisch drukke tijden niets meer dan een formaliteit. Echter wel een formaliteit met mogelijk grote (financiële) gevolgen ten aanzien van het eigenrisicodragerschap.

De garantieverklaring

Aan de keuze voor het eigenrisicodragerschap liggen vaak twee componenten ten grondslag. De eerste is een financiële afweging. Welke premie betaalt u bij een private verzekeraar en welke premie zou u betalen bij het UWV. Een andere belangrijke(re) reden – anders dan prijs – op basis waarvan zorginstellingen kiezen voor het eigenrisicodragerschap is, dat zorginstellingen dan veel meer de regie kunnen voeren over hun WGA-dossiers. Bij het UWV kan dat niet en de verantwoordelijkheid ligt bij het UWV. Daarentegen worden de lasten wel aan u toegerekend. En dat gaat al snel om veel geld. Kortom, de keuze voor het eigenrisicodragerschap is vaak weloverwogen en verankerd in het beleid van en de visie op bedrijfsgezondheidsmanagement van de zorginstelling.

Om eigenrisicodrager te zijn voor het WGA-risico eist de overheid dat u een garantsteller heeft. De garantsteller staat garant voor de betalingen van de WGA-uitkeringen aan de WGA-uitkerings-gerechtigden. Ook als de werkgever onverhoopt failliet gaat. Het UWV en de private verzekeraars zijn voorbeelden van garantstellers. Bij eigenrisicodragerschap geeft de verzekeraar een garantie-verklaring af aan de Belastingdienst. Deze garantieverklaring is altijd gekoppeld aan een loonheffingennummer. Een wijziging van het loonheffingennummer heeft direct gevolgen voor het eigenrisicodragerschap. Een garantieverklaring vervalt namelijk als deze niet overeenkomt met het van toepassing zijnde loonheffingennummer.

Een voorbeeld uit de praktijk: de splitsing

Een eigenrisicodrager besluit tot een opsplitsing van zes verschillende bedrijfsonderdelen. Elk bedrijfsonderdeel wordt een eigen rechtspersoon met een eigen – nieuw aan te vragen – loonheffingennummer. Het personeel dat werkzaam was in het oude loonheffingennummer wordt verdeeld over de zes nieuwe loonheffingennummers. Van een risicowijziging lijkt in eerste instantie geen sprake. Het is immers een uitsplitsing van de medewerkers en de bijbehorende loonsom. Wordt de opsplitsing niet gemeld bij de verzekeraar of wordt bij de aanvraag van het nieuwe loonheffingennummer niet aangegeven dat sprake is van eigenrisicodragerschap voor de WGA, dan is de afgegeven garantieverklaring door de verzekeraar niet langer geldig. WGA-uitkeringen worden in het ongunstigste geval niet langer door de verzekeraar betaald. 

Een voorbeeld uit de praktijk: de overname

Overnames komen in de zorg regelmatig voor. Een middelgrote zorginstelling is voornemens een kleine zorg verlenende instelling over te nemen. De ‘overnemende’ instelling is publiek verzekerd bij UWV. De ‘overgenomen’ partij heeft een lopende WGA-eigenrisicoverzekering. De overname heeft in de meeste gevallen tot gevolg dat het loonheffingennummer van de ‘overgenomen’ partij verdwijnt. Ook in dit voorbeeld. De verzekeringssituatie van de ‘overnemende’ is bepalend. Gevolg is dat de WGA-eigenrisicoverzekering dient te worden beëindigd.  Is de ‘overnemende’ partij eigenrisicodrager voor de WGA, dan dient de verzekeraar te worden geïnformeerd over de overname. De risicodrager bepaalt vervolgens of er sprake is van een risicowijziging en of de overname consequenties heeft voor de lopende (dekking van de) verzekering.  

Als u besluit tot een overname, fusie of splitsing dan heeft dit in de praktijk (bijna) altijd gevolgen voor uw loonheffingennummers. Informeer ons hier te allen tijde over. Graag denken wij met u mee en brengen wij voor u de mogelijkheden en consequenties in kaart. 

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014