Evenwicht in het hybride stelsel

24-06-2015

 

Inleiding Ministerie_01 (24-6-2015)

In onze vorige Nieuwsbrief  – Inkomen informeerden wij u over het besluit van Minister Asscher om de integratie van de WGA-vast en de WGA-flex met één jaar uit te stellen. Verzekeraars gaven aan, meer tijd nodig te hebben om de risico’s in kaart te brengen. Via het Verbond van Verzekeraars hebben verzekeraars met succes gepleit voor uitstel.

Op de achtergrond wordt een mogelijk nog belangrijkere discussie gevoerd; namelijk de discussie over het herstel van het evenwicht op de WGA-verzekeringsmarkt.

Waar private verzekeraars alle zeilen (moeten) bijzetten om het WGA-risico beheersbaar te krijgen, bedraagt de omvang van de reserve van de Werkhervattingskas (Whk) bij UWV momenteel € 1,5 miljard. Dat er nog geen sprake is van een gelijk speelveld is al langer duidelijk. Voorlopig moesten we het er maar mee doen. Toch lijkt er nu eindelijk een belangrijke wijziging op komst per 1 januari 2017. Wij praten u graag bij.

Het hybride stelsel

De WIA biedt werkgevers de keuze om zich voor het WGA-risico van het vaste personeel via UWV te verzekeren of om eigenrisicodrager te worden via een private verzekeraar. Dit wordt een hybride stelsel genoemd. Een hybride stelsel zou ervoor moeten zorgen dat zowel op de private markt als bij UWV zoveel mogelijk gestreefd wordt om gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers weer zo veel mogelijk te re-integreren. Het evenwicht op de hybride WGA-markt is zwaar onder druk komen te staan. Door elementaire verschillen tussen publieke en private uitvoerders ontbreekt een gelijk speelveld. De spoeling van het aantal verzekeraars dat nog actief is op de WGA-markt wordt steeds dunner. Zeker in de zorg.

Ook de mobiliteit op de WGA-markt geeft aan dat UWV en private verzekeraars elkaar niet in evenwicht houden. In de eerste jaren na de inwerkingtreding van de WIA nam het aandeel eigenrisicodragers toe. Vanaf 2010 stabiliseerde het aandeel eigenrisicodragers zich. Ruim 27% van de werkgevers was destijds eigenrisicodrager. In 2014 is het aandeel eigenrisicodragers voor het eerst gedaald en deze trend zet zich voort in 2015.

Twee belangrijke financiële redenen die deze dalende trend veroorzaken zijn de volgende.

  1. Het feit dat werkgevers bij de overstap van UWV naar een private verzekeraar eventuele staartlasten (inloop) zelf moeten financieren kan een drempel opwerpen voor een overstap naar de private markt. Verzekeraars berekenen hiervoor vaak een forse inlooppremie.
  2. De lasten die zijn ontstaan tijdens de periode van eigenrisicodragerschap blijven achter bij de verzekeraar (uitloop). De werkgever begint bij terugkeer naar UWV derhalve met een schone lei. De eerste jaren zijn er geen publieke WGA-lasten.

Een belangrijke reden – anders dan premie – om eigenrisicodrager te worden is dat zorginstellingen zelf de regie kunnen voeren over de WGA-dossiers. Bij UWV kan dat niet. De WGA-lasten komen echter wèl maximaal 10 jaar lang voor rekening van de publiek verzekerde werkgever. Met het groter wordende verschil tussen de publieke en private premie weegt de wijze waarop schadelastbeheersing is vormgegeven echter steeds minder mee in de keuze voor eigenrisicodragerschap. Natuurlijk is premie belangrijk. Het premieverschil tussen publieke en private verzekering moet uitlegbaar en te verantwoorden zijn. Zeker in deze tijden.

Maatregelen

Op 22 juni 2015 heeft Minister Asscher twee belangrijke maatregelen voorgesteld ter borging en verbetering van de concurrentieverhoudingen op de hybride WGA-verzekeringsmarkt. Met andere woorden: een gelijk speelveld waar werkgevers puur een keuze maken op grond van effectieve schadelastbeheersing.

  1. De wijze van premiestelling na terugkeer naar UWV wordt aangepast. De premiestelling voor (middel)grote werkgevers die na een periode van WGA-eigenrisicodragerschap terugkeren naar UWV wordt gebaseerd op alle historische WGA-lasten. Terugkerende werkgevers betalen op deze wijze in feite een premie die meer vergelijkbaar is met een premie die zij zouden betalen bij een overstap tussen private verzekeraars.
  2. De financiering van staartlasten die ontstaan als een werkgever besluit WGA-eigenrisicodrager te worden, wordt aangepast. De publieke verzekering (UWV) biedt in het voorstel uitloopdekking. U begint dus altijd met een schone lei. Ook als u van UWV overstapt naar een private verzekeraar. Dit is ook al het geval bij een overstap tussen private verzekeraars.

Invoeringsdatum

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de aanpassing van wet- en regelgeving (WIA, Wfsv en Besluit Wfsv) is 1 januari 2017. Dit houdt in dat deze aanpassing samenvalt met het samenvoegen van WGA-vast en WGA-flex.

De nieuwe premiestelling en afbakening zal met ingang van 1 januari 2017 gelden voor alle werkgevers die na 1 juli 2015 terugkeren naar UWV of eigenrisicodrager worden. De vaststellingswijze van de gedifferentieerde premie van werkgevers die voor 1 juli 2015 al UWV-verzekerd waren blijft gehandhaafd. De situatie op 1 juli 2015 is dus bepalend.

Van publiek naar privaat

De (middel)grote werkgever die na 1 juli 2015 en voor 1 januari 2017 ervoor kiest eigenrisicodrager te worden zal gedurende deze periode de uitkeringslasten die tijdens de periode van publieke verzekering zijn ontstaan, zelf moeten financieren. Er geldt nog geen uitloopdekking bij UWV. De private verzekeraar zal een inlooppremie berekenen.

Van privaat naar publiek

Een werkgever die per 1 januari 2016 terugkeert naar UWV, betaalt één jaar de minimumpremie. Per 1 januari 2017 wordt de premie vastgesteld op basis van de historische WGA-lasten. De gemiddelde publieke premie zal dan aanzienlijk hoger liggen.

Het is niet ondenkbaar dat de maatregelen ertoe leiden dat werkgevers sterk marktverstorend gedrag gaan vertonen. De werkgever die per 1 januari 2016 terugkeert naar het publieke bestel, betaalt een jaar de minimumpremie en zou vervolgens per 1 januari 2017 ‘schoon’ over kunnen stappen naar een private verzekeraar. Het voorstel is dan ook dat de werkgever die in 2016 terugkeert naar UWV verplicht drie jaar lang publiek verzekerd blijft. Na het eerste jaar zal de gemiddelde premie aanzienlijk hoger zijn dan de minimumpremie.

Schadelastbeheersing

Nu per 1 januari 2017 het premieverschil tussen de publieke en private premie meer in evenwicht zal zijn, weegt de wijze waarop schadelastbeheersing is vormgegeven nog zwaarder dan nu het geval is mee in de keuze voor het eigenrisicodragerschap. Sterker nog, dit komt centraal te staan bij het besluit om al dan niet eigenrisicodrager te worden. Wij volgen de stappen die verzekeraars op dit gebied zetten op de voet voor u. Uiteraard zullen wij ook de dienstverlening die wij u vanuit Sovib (kunnen) aanbieden verder blijven ontwikkelen. Ons uitgangspunt hierbij blijft hierover exclusieve afspraken te maken met de verzekeraars binnen ons Sovib WGA Risicobeheersmodel.

Meer dan ooit bepaalt uw schade de uiteindelijke WGA-premie die u betaalt. Zowel bij UWV als bij een private verzekeraar. Meer dan ooit is dit dan ook het moment om uw verzuimrisico’s op orde te brengen en onder de aandacht te brengen.

Wij blijven u op de hoogte houden over de richting die verzekeraars opgaan. Niet alleen op het gebied van de tarieven, maar ook over de eisen die verzekeraars stellen aan het WGA-eigenrisicodragerschap en over de wijze waarop u samen met ons uw schadelast zo efficiënt mogelijk kunt beheersen. Private verzekeraars doen er steeds meer aan om het WGA-risico beheersbaar te krijgen. Vanuit de verzekeraar beredeneerd een logische ontwikkeling. Wij menen echter dat niet de verzekeraar, of welke externe partij dan ook, maar de werkgever hierin de regie moet nemen, samen met de werknemers.

Een algemeen advies over WGA- en ZW-eigenrisicodragerschap is ondenkbaar. Maatwerk is in dit dossier vereist. U hoort nader van ons…

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014