De premies WGA en ZW 2015

03-09-2014

WW
De gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) bestaat vanaf 2014 uit drie premiecomponenten: een gedifferentieerde premie WGA-vast, een gedifferentieerde premie WGA-flex en een gedifferentieerde premie ZW-flex. Werkgevers worden sinds 2014 in één van de grootteklassen ingedeeld: klein, middelgroot of groot. Kleine werkgevers betalen voor alle drie de premiecomponenten een sectorale premie, grote werkgevers een individueel bepaalde gedifferentieerde premie en middelgrote werkgevers een gewogen gemiddelde van de sectorale en de individueel bepaalde premie.

2014 2015
Gemiddelde loonsom : € 30.700,- € 31.400,-
Kleine werkgever : < € 307.000,- < € 314.000,-
Middelgrote werkgever : van € 307.000,- tot € 3.070.000,- van € 314.000,- tot € 3.140.000,-
Grote werkgever : > € 3.070.000,- > € 3.140.000,-

De premies en parameters van de Werkhervattingskas die door UWV zijn gepubliceerd vormen de basis voor de berekening van de Ziektewet- en WGA-premies die publiekverzekerde werkgevers aan de Belastingdienst betalen. De WGA-vast premie is stabiel, terwijl de WGA-flex- en de ZW-flexpremie stijgen.

Premiecomponent : WGA-vast WGA-flex ZW-flex
Jaar : 2014 2015 2014 2015 2014 2015
Gemiddelde percentage : 0,49 0,48 0,17 0,24 0,31 0,35
Rekenpercentage : 0,51 0,50 0,18 0,25 0,34 0,40
Correctiefactor : 1,44 1,36 2,00 2,00 2,00 1,42
Gemiddelde werkgeversrisico : 0,27 0,28 0,02 0,06 0,10 0,22
Minimumpremie grote werkgever : 0,12 0,12 0,14 0,13 0,14 0,08
Maximumpremie grote werkgever : 1,96 1,92 0,68 0,96 1,24 1,40

Ontwikkelingen

Naast de bekendmaking van de premies en parameters wordt er in de nota ook ingegaan op de ontwikkeling van de premies en de markt van het eigenrisicodragen. Interessant, omdat dit ons een voorzichtige blik geeft op de te verwachten premies in 2016.

WGA-vast

De WGA-vast premie blijft in 2015 vrijwel stabiel: het gemiddelde premiepercentage daalt van 0,49 naar 0,48. Voor werkgevers die al bij UWV verzekerd waren is er gemiddeld genomen wel sprake van een premiestijging. De gedifferentieerde premie stijgt gemiddeld van 0,49% naar 0,51%. De trend van het WGA-vast gedeelte in de Whk-premie is de komende jaren een opwaartse. Een extra daling in 2015 zou gevolgd worden door een forsere stijging in latere jaren.

41 sectoren hebben in 2015 een hogere sectorale premie WGA-vast, 24 sectoren een lagere premie en voor 2 sectoren blijft de premie gelijk. De sectorale premie in de zorgsector daalt van 0,51% in 2014 naar 0,45% in 2015.

WGA-flex

Het gemiddelde premiepercentage voor WGA-flex stijgt van 0,17 naar 0,24. Dit komt doordat het aantal uitkeringen dat wordt gefinancierd vanuit de Whk toeneemt. In 2015 worden met de WGA-flex premie uitkeringen gefinancierd die in vier jaar tijd ontstaan zijn (2012-2015). In 2014 was dit nog drie jaar (2012-2014). De komende jaren zal de premie WGA-flex naar verwachting verder oplopen.

In 60 sectoren is sprake van een stijging van de sectorale premie WGA-flex. In 4 sectoren daalt de premie en in 3 sectoren blijft de sector gelijk. De zorgsector behoort tot de 60 sectoren waarin sprake is van een stijging; namelijk van 0,14% in 2014 tot 0,23% in 2015.

ZW-flex

De ZW-premie stijgt van 0,17% naar 0,24%. Door een sterke toename van het eigenrisicodragerschap ZW in 2014 neemt de totale loonsom van bij UWV-verzekerde bedrijven af. Ook de uitkeringslasten nemen weliswaar af, maar relatief minder. Dit komt doordat werkgevers die eigenrisicodrager worden voor de ZW een lager ZW-risico hebben dan werkgevers die bij UWV blijven.

Ook bij de Ziektewet stijgen de meeste sectorale premies. Dit is het geval in 54 sectoren. In 10 sectoren daalt de premie en in 3 sectoren blijft de premie gelijk. In de zorgsector is de premie vastgesteld op 0,37%. In 2014 was deze nog 0,27%.

Visie

Het financiële aspect bij de keuze om eigenrisicodrager te worden of blijven, speelt nog steeds een belangrijke rol. Nu UWV voor het WGA-risico van uw vaste personeel vaak ‘goedkoper’ is dan de private aanbieders, lijkt het vanuit financieel oogpunt zinvol om het daadwerkelijke premieverschil te beoordelen. UWV en private verzekeraars hebben niet hetzelfde product. Natuurlijk is premie belangrijk. Zeker in deze tijden. Maar een verzekering oversluiten omdat elders een lager tarief wordt gehanteerd lijkt nogal kort door de bocht.

De keuze voor eigenrisicodragerschap vergt visie, beleid en daadkracht. Een belangrijke reden – anders dan premie – om eigenrisicodrager te worden is dan ook dat zorginstellingen veel meer de regie kunnen voeren over de WGA-dossiers. Bij UWV kan dat niet en ligt de verantwoordelijkheid volledig bij UWV. U kunt dan ook geen herbeoordelingen aanvragen en u kunt zich niet bemoeien met (het bevorderen van) de re-integratiemogelijkheden. Daarentegen worden de WGA-lasten wel maximaal 10 jaar aan de publiek verzekerde toegerekend.

WGA-dossier 2015

Voor veel werkgevers komt er weer een nieuw beslismoment aan ten aanzien van het WGA-risico van het vaste personeel. Of u nu publiek verzekerd bent of een expirerende WGA-eigenriscoverzekering heeft bij een private verzekeraar. Ons uitdrukkelijke advies is om alle voors en tegens in uw besluit mee te wegen en uzelf niet onnodig ‘klem te zetten’ met het oog op 2016.

Gezien de koppeling van WGA-flex aan WGA-vast, zorgt een vrijwillige terugkeer naar het UWV namelijk voor een beperking van de keuzevrijheid per 2016. Een eigenrisicodrager die op eigen initiatief weer publiek verzekerde wordt, mag namelijk pas na drie jaar weer eigenrisicodrager worden. Bovendien zal de publiek verzekerde na drie jaar de ontstane ‘schade’ van de afgelopen drie jaar ter verzekering dienen aan te bieden bij de private verzekeraar. In tegenstelling tot private verzekeraars kent UWV namelijk geen uitloopdekking. De ervaring leert dat de inlooppremies die verzekeraars berekenen voor het meeverzekeren van lopende verzuim- en WGA-dossiers fors stijgen. Als de publiek verzekerde al weg kan bij UWV, is het nog maar de vraag of de verzekeraar een premie kan aanbieden die interessant genoeg is.

Een ander nadeel van een vrijwillige terugkeer naar UWV is dat u in 2016 ook voor uw WGA-flexrisico bij UWV verzekerd moet blijven. Een nadeel met mogelijk grote financiële gevolgen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bij monde van minister Asscher namelijk besloten dat een werkgever die het WGA-flex risico onderbrengt bij een private verzekeraar, niet de inlooplasten hoeft te dragen. Kortom, de WGA-eigenrisicodrager begint per 2016 met een schone lei.

En verder?

Het moge duidelijk zijn dat er veel komt kijken om te komen tot een goede keuze ten aanzien van het eigenrisicodragerschap. Een algemeen advies is ondenkbaar. Maatwerk is in dit dossier vereist. De keuze van de individuele werkgever zou van vele aspecten afhankelijk moeten zijn: de loonsom, de instroom, de premie, de visie, het beleid… Wij denken graag met u mee. De keuze is aan u. Of u nu eigenrisicodrager bent of publiek verzekerd bent.

Uitgelicht

  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014